Nest met spiegelei

door Anneke Doornbos

Categorie: Blog (page 2 of 5)

Gedenken

Op het bankje voor mijn huis, schijnt de laatste zon op mij. De warme gloed geeft een aangenaam gevoel. Insecten zoemen zacht en een hommel scheert brommend voorbij.
Verderop klinken kindergeluiden. Spelend geven ze elkaar aanwijzingen en gaan op in hun spel. Af en toe rijdt er een auto door de straat. Een buurvrouw groet.
De treurbeuk op de hoek van de straat geeft het podium voor een merel die vanaf de hoogste gebogen tak een concert geeft. De melancholieke klanken klinken helder maar bescheiden door de straat. Allerlei variaties rollen schijnbaar achteloos, achterelkaar door de lucht. Van zacht naar harder, trillend naar langgerekt.
Mijn blik gaat naar een vlag verderop. Halfstok hangt hij aan de gevel. Bescheiden beweegt het in de bijna zomerse wind.
De vlag omlijst het moment, het moment van geluk en vrede. Maar met de vreselijke herinneringen van wat is geweest.
De merel zingt voor de slachtoffers van de oorlogen, van vroeger en van nu.
Op mijn bankje ervaar ik de vrede en de vrijheid, buitenspelende kinderen zonder angst. Buren met een goed leven. Kleine stukjes natuur in de tuintjes. Huizen zonder schietgaten.
Met de merel gedenk ik de angst, het verdriet en het gemis.
In de warmte van de zon en hoop voor de toekomst.
4 mei 2018

Gevangen

‘Het is hier nèt een gevangenis!’

En het gemopper galmt verder door in de badkamer.
Ze logeert dit weekend bij ons, wat steeds minder vaak gebeurt nu ze al bijna 7 jaar op zichzelf woont.

Haar begeleider had me gebeld voor haar logeerpartij bij ons.
Ze had een gesprek met Merel gehad over haar internetgedrag. Merel had gezegd dat ze graag naar haar moeder wil omdat ze daar het hele weekend kan internetten.

‘Ga je daarom naar je moeder?’, werd haar gevraagd.
‘Ja’, had Merel zonder blikken of blozen geantwoord.

Haar begeleider heeft het ook over haar contacten op internet. Haar verkering is net uit maar er staan al weer nieuwe mannen in de rij op Facebook die aangeven haar wel leuk te vinden. En misschien zit er een verkering in?
Als Merel op internet is, wordt ze erg dwingend en verwacht ze dat de hele wereld online is. Dan ontpopt ze zich van een vriendelijke jongedame tot een ware stalker.

We hebben besloten met haar begeleider dit weekend er bij ons op toe te zien dat ze niet eindeloos op internet is.
Ik maak met Merel een afspraak wanneer en tot hoe laat ze wil internetten. Verder die dag doen we dingen als samen boodschappen doen, winkelen, pizza eten en televisie kijken.

Maar ‘s avonds begint het bij haar te knagen als ik zeg dat ze haar mobiel en tablet wel beneden kan laten. Merel zegt dat ze gewend is hier altijd op internet te kunnen.
‘Dat was toch afgesproken’, zegt ze met een ferme stem.
Ik zeg dat het beter is voor haar die dingen niet mee naar bed te nemen. Dat is toch veel rustiger. Bovendien doe je dat ook niet in je eigen huis, voeg ik vriendelijk toe.
Ze gaat mopperend naar bed.

Ik ga ook naar mijn slaapkamer en ik hoor nog steeds door de muur haar gemompel.
Dan klopt ze plotseling op mijn slaapkamerdeur.
Ik weet niet hoe snel ik mijn telefoon, waar ik nog even al mijn appjes, Wordfeud en Facebook bekeek, weg leg. Ik verstop het gauw onder mijn kussen.

Daar staat ze in de deuropening. Er schijnt zacht licht op haar gezicht maar haar blik is koppig.
‘Toch snap ik het niet , zegt ze, ‘Ik mocht toch altijd internetten hier, dat was toch de afspraak?’

Ik leg nog een keer uit dat ze dat ook wel gedaan heeft vandaag. En dat ze toch niet de hele tijd met haar telefoon of tablet bezig hoeft te zijn bij ons. Ze is hier toch gezellig op visite en we hebben toch ook leuke dingen gedaan. Ze beaamt het en stil staart ze me aan.

Mijn telefoon brandt onder mijn kussen. Stiekem hoop ik dat het geluid af staat.
Haar blik gaat naar mijn nachtkastje en ze vraagt plotseling:
‘Waar is jouw telefoon dan?’
Mijn adem stokt, ik krijg het warm en weet even niet wat te zeggen.

Ik voel me ook een gevangene, in mijn eigen huis.

Haar stem

Toen ze nog een baby was kon ik niet wachten om haar stem te horen. Ze huilde wel af en toe maar ik was zo nieuwsgierig om te horen hoe haar woordjes klonken.
Daar heb ik lang op moeten wachten. Soms sprak ze heel voorzichtig een woordje na, en dan duurde het weer maanden voor ze dat weer herhaalde.
Vol trots schreef ik de eerste woordjes op in haar album.

Nu, 28 jaar later heeft Merel nóg geen stem. Dat wil zeggen, ze praat wel maar in de politiek heeft ze geen stem.
Vanaf haar achttiende jaar ontvangt Merel stembiljetten. Ze weet niet waar ze toe dienen.
Ik heb haar wel eens mee genomen naar het stemlokaal. Merel zag alleen de honden, buiten vastgebonden, waar ze met een grote boog omheen liep.
Mijn uitleg kwam niet bij haar binnen.

Merel vindt het nog steeds moeilijk haar mening te geven. “Wat wil jezelf?”
“Weet niet”, antwoordt ze steevast.
Toch wordt ze steeds assertiever. Als ik bij haar in huis ben en ik probeer iets te veranderen, laat ze me weten het daar niet mee eens te zijn. Ik zie het aan haar houding maar ze laat ook haar stem horen.
En ik kan niet anders dan luisteren.
Ook haar begeleiders, collega’s en vrienden horen steeds meer wat Merel wil.

Alleen 21 maart luistert er niemand naar haar. Niet in haar gemeente, haar omgeving.
Wat is er eigenlijk voor háár belangrijk in haar dorp?
En met haar zoveel anderen?
Ik vind het nu tijd geworden om te kijken wat de gemeente en de partijen kunnen laten zien. Niet zozeer om het doel te halen dat Merel en anderen inderdaad gaan stemmen maar nog meer om hún stem te laten horen.
Laten zien en horen dat je er bent. Dat doen die politieke partijen binnen haar gemeente.

Dat kan Merel ook, steeds beter.

Uitnodiging workshop Stem jij ook

Brussen

De verjaardagen van beide kinderen zijn weer achter de rug. Een kleine week zijn ze even oud, 27 jaar. Nu is dochterlief weer de oudste en zoonlief een jaartje jonger.
Ze zijn opgegroeid als een soort tweeling. De oudste was te klein en de jongste was fors.
En de oudste bleek niet te groeien vanwege een groeistoornis.
Het was druk, de eerste jaren, ook omdat er van alles met hen aan de hand bleek te zijn. Op heel verschillende vlakken. Twee kinderen vlak op elkaar maar zo verschillend.
Als peuters in de buggy hadden ze hun eigen brabbeltaaltje. Ik kon er niets van bakken. Al snel haalde zoonlief zijn zus in qua taalontwikkeling. En zelfs met zijn motoriek terwijl hij een spieraandoening had. Hij liep eerder dan haar, terwijl hij al heel laat begon met lopen, pas na achttien maanden. Toen ze dat van haar broer zag, viel bij haar het kwartje ook.
Broer en zus waren ongeveer vier en vijf jaar toen ik zag dat hij op een bepaalde manier naar zijn zus keek. Observerend en nadenkend. Het was alsof hij opmerkte dat ze anders was. Anders reageerde, anders speelde, andere geluiden maakte.
Toen broer op een dag vroeg waarom zijn zus naar een speciale school ging met de taxi, moest ik even nadenken hoe ik dat zou uitleggen aan zo’n klein jochie. Maar hij was me voor: “ Ze is een meisje”. Ik beaamde het maar.
Beiden gingen in hun leven hun eigen weg. En nu nog. Zoonlief en dochter hebben regelmatig contact. Hij wil geen zorg- en regeltaken aan gaan voor haar, nog niet. Maar hij speelt wel degelijk een belangrijke rol in haar leven. Als hij zich ergert aan haar gedrag is hij meedogenloos. “Kappen!” of “Stop met dat Disney-Diva gedrag van je”
Zuslief kijkt hem dan verbolgen aan maar luistert wel. Als moeder heb ik nogal de neiging haar gedrag goed te praten maar hij kent geen medelijden. “Ze doet maar gewoon mee”.
Dat er liefde is tussen de twee, staat als een paal boven water. Ooit vroeg ik zoonlief hoe het was om zo’n zus te hebben. Hij noemde op: “Ze is altijd eerlijk en zichzelf, ze manipuleert niet, ze wordt niet jaloers, we zouden nooit ruzie krijgen, ze is zo blij met kleine dingen..” Ze is gewoon mijn zus.
Brussen voor het leven.

Gewoon

Zelfs als je geen autist bent, is het heerlijk dat alles weer “gewoon” is. Geen lampjes overal, verleidende lekkernijen en geen geknal. Je hoort en ziet de vogels weer.
Een nieuw jaar, een nieuw begin en weer een stapje verder in het “grote loslaten”.
Al 27 jaar, net zo oud als ze is, brengt Merel Oudejaarsavond bij ons door.
Als kind was ze de hele avond in spanning, wanneer het grote moment zou aanbreken dat de klok twaalf uur aangaf.
Toen Merel zelfstandig woonde, kwam ze als vanzelfsprekend naar haar ouderlijk huis. Ze had nog dezelfde kinderlijke opgewondenheid als het nieuwe jaar dichterbij tikte.
Haar medebewoners gingen allemaal naar hun familie, op een enkele uitzondering na.
Ik vond het gezellig dat ze er was maar iets knaagde in me. Waarom kon ze als jonge vrouw niet Oud en Nieuw bij leeftijdsgenoten doorbrengen? Is het normaal om altijd bij je ouders te zijn op feestdagen als deze? Ze woont in een prachtige flat van waaruit ze het vuurwerk zo mooi zou kunnen zien, en toch komt ze bij ons. Ze ziet televisie programma’s die haar niet aanspreken, ze ontmoet op straat buren die ze niet meer kent. En wij als ouders willen graag na twaalven lekker naar bed.
Bij de begeleiding van Merel heb ik mijn gedachten hierover geopperd, een paar jaar geleden. Af en toe gaf ik aan bij Merel dat we het einde van het jaar een keertje bij haar in haar eigen huis gingen vieren. Dan konden we samen het vuurwerk goed bekijken en gingen wij weer naar ons eigen huis. Merel vond het best en reageerde amper. Het was ook nog zo ver weg.
Eind vorig jaar las ik in de rapportage dat Merel Oud en Nieuw in haar eigen huis wil vieren. Niet met haar ouders maar met haar vriend. En, hadden ze bedacht, ze willen dan samen de nacht doorbrengen.
Twee stappen in één keer, ik moest even slikken. Na overleg met alle partijen werd de afspraak genoteerd.
En daar zaten we als oudjes op de bank, zonder kinderen, ook geen hond meer, die was het afgelopen jaar overleden. Weinig buren op straat, zonder vuurwerk, voor tv aftellen zonder de verwondering, met een soort gelatenheid die je toch overvalt als je wat ouder wordt.
Maar wat was ik trots op Merel.
Ze nodigde ons op nieuwjaarsdag uit voor thee met oliebollen. Vriend en zij hadden een mooie avond en nacht gehad.
Twee stappen in één klap.

LVG pesterijen

Ze had me al gebeld. Als Merel ergens mee zit en echt gemotiveerd is, kan ze dingen duidelijk maken. Ze legt uit dat er collega’s op haar werk zijn die roddelen over een andere collega. Ze noemt namen. En het woord pesten.

Ik moet goed luisteren om alles te volgen. Ik herhaal haar verhaal en ze beaamt het. De gepeste collega heeft een spierziekte. Mijn broer ook, zegt ze. We praten er niet vaak over maar het doet me wat dat ze op deze manier voor mensen wil opkomen.
Opkomen voor haar collega.

‘Wat ga je nu doen? ‘, vraag ik.
‘Weet niet’ , zegt ze eerst. Ik probeer stil te blijven aan de lijn.
Dan zegt ze dat ze het de begeleiding gaat vertellen. Ik vind het een goed idee laat ik weten.
‘Misschien kan je een berichtje op CarenZorg zetten en een afspraak maken voor een gesprek’, opper ik.

Dat gaat ze doen. Een week later belt ze weer. Ze hebben een gesprek gehad met de desbetreffende collega’s en begeleiding.
Het was een goed gesprek, zegt Merel, nu met een rustige stem.
Ik complimenteer haar.

De tweede druk

Graag wil ik jullie laten weten dat de tweede druk van mijn boek Nest met spiegelei
besteld is!

Toen mijn boek uit kwam in mei over mijn Merel, vlogen tegelijkertijd ook de jonge merels uit, van het nest in de tuin.
Er was nog een tijdje drukte, net als bij de promotie van het boek.

Maar toen werd het stiller.
Ik zag de merels niet meer.

Al mijn boeken werden verkocht.
Nu komen er weer nieuwe vragen naar mijn boek.

En zijn er weer merels in de tuin…

 

Stil

Afwezigheid van geluid, van mensen, van dieren. Het geeft rust, maar ook vervreemding.
In de tuin is het stil, alleen zacht gezoem van vliegen en bijen.
Ik kijk in het lege, verlaten nest. Zachtjes ga ik met mijn vingers langs de gladgemaakte binnenkant, alsof ik nog leven verwacht. De merels zijn uitgevlogen.
Net als veel buren in de straat.
Op de app van de vriendinnen komen geen berichtjes binnen. Leuke, grappige foto’s blijven achterwege.
Stilte na de storm. Een wervelende periode na het uitkomen van mijn boek. De aandacht en de mooie reacties.
Ik voel de warmte van de zomer.
En denk na over een tweede leg.

 

Lege nest syndroom

Het begon een tijd geleden,  drukte in ons achtertuintje. We zagen meerdere bezoekjes van een mannetje en een vrouwtje.

Ons tuintje werd gekeurd en na vele kritische blikken bleek het voederhuisje, verscholen tussen de klimop en de hortensia, geschikt verklaard.

En het werd nog drukker. Takjes, strootjes en pas gepote zaailingen, alles  leek geschikt voor het stel.

Systematisch bouwen aan de toekomst, eerst een solide basis, daarna fijner materiaal en dan binnenhuisarchitectuur met verse, natte grond uit mijn zorgvuldig gepote kruiden potjes. Met driftige gebaren werden mijn tere plantjes aan de kant gegooid.

Het merelnest was klaar. Vrouwlief bleef in huis en de man was weg.

Het was lange tijd erg stil. Als we dichterbij kwamen keken verstoorde kraaloogjes ons aan. Zodra moeder even haar hakjes gelicht had, durfde ik een foto te maken.

En, ja hoor,  vier prachtige eieren in een keurig opgemaakt bedje.

Maar nu is het nest leeg, zomaar, op een vroege ochtend. Het was weliswaar tijd voor de jongen om uit te vliegen maar ik vind het veel te vroeg.

Ik ben er nog niet aan toe. De veertjes waren net ontwikkeld en ze zijn nog zo jong en kwetsbaar. Zorgelijk kijk ik regelmatig in de tuin, of ik nog bewegingen  signaleer. Dan zie ik een jong met een bollig lijfje en een korte staart. Het kijkt dommig om zich heen. Zodra moeder verschijnt wordt het actief en fladdert naar haar toe met de bek wijd open.

Ik vind het maar niks zo, voor mijn gevoel heb ik er geen grip meer op, ik moet het aan de natuur overlaten.

Waarom komt me dit toch zo bekend voor?

 

 

 

 

 

 

Merel in het nest

Zo gewoon maar zo mooi

om te zien en te volgen

wat moeder doet.

Al haar energie

wordt in haar jongen

gestoken om later

uit te kunnen vliegen.

En dan begint

de cirkel weer

opnieuw.

 

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 Nest met spiegelei

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑