Nest met spiegelei

door Anneke Doornbos

Categorie: Blog (page 1 of 5)

Sprakeloos

Het is geen zwarte maar een witte bladzijde, ik heb zoveel woorden

maar de woorden zijn zo zwart.

Zo donker dat ik er niet te veel op papier meer kan zetten.

Deze bladzijde zou jullie fietstocht moeten zijn naar het bankje,

samen met je vriendje, achterop, je armen om hem heen.

Jullie gezichten in de wind, glimlachend naar elkaar.

Maar het gaat nu over jou te begeleiden en afspraken,

jouw begeleiders weten het niet meer.

En de andere ouder wil nu geen contact met jou.

Ik wankel ook.

Maar nooit in mijn liefde voor jou, Merel.

Ik wil geen bemoeienis, zeg je, in jouw woorden.

Trots kijk ik je aan, ik zie je.

Fiets naar dat bankje, samen met hem.

Voel en ga je eigen weg.

Jouw leven.

Ommetje ‘De Barkel’ , Week van de amateurkunst én voordragen uit mijn boek komen te samen op deze prachtige locatie in Wierden.

Moederdag

Ze is op visite, die zondagavond. Na het eten wandelen we langs het stuk grond waar verscholen in de bossen twee huizen staan.
‘Kijk’, zeg ik tegen haar, ‘Hier gaan wij misschien wel wonen later’.
Ik leg uit dat het een soort kring van kleine huisjes is voor oudere mensen. Een woonhof.
Ze reageert nauwelijks. Ze knikt in de verte, in richting van óns huis.
‘Jullie wonen daar toch goed’, is het enige dat mijn dochter zegt.
Haar ‘woonhof’ voor jongelui met een verstandelijke beperking is al weer bijna acht jaar geleden gerealiseerd. Daarvoor was er een traject van jaren van voorbereiding. Contacten leggen met andere ouders, gemeenten, woningstichtingen, zorgaanbieders.
Vaak werd ik moedeloos, maar ik bleef trekken aan dat ‘dooie paard’.
Dat dooie paard ligt nu in Wierden. Samen met een groep ‘jongere ouderen’ willen we een woonplan initiëren. Kleinschalig wonen, duurzaam, levensloopbestendig en omzien naar elkaar, zijn de kernwoorden.
Dat zijn mooie ideeën maar dan komt er een paardenstal voorbij aan nog meer kernwoorden; wooncontingenten, bouwafspraken tussen omwonende gemeenten, bestemmingsplannen, projectontwikkelaars en makelaars.
Het wordt wéér een weg van de lange adem. Maar dan voor onszelf.
Voor mijn schoonmoeder is er een ander verhaal. Zij woont met haar leeftijd, ver over de tachtig, nog steeds in haar eigen huis in een grote stad.
Ze lijdt aan onder andere, vasculaire dementie, is slecht ter been en als ze haar medicatie niet neemt, krijgt ze waanbeelden. Op gezette tijden heeft ze hulp aan huis voor de medicatie, verpleegkundige handelingen en huishoudelijke hulp. Verder is er de mantelzorg die voornamelijk gedaan kan worden door één dochter die in de buurt woont.
In de straat heeft ze geen contact meer. Van buren hoeft ze geen hulp te verwachten, dat zijn studenten of werkende gezinnen. Ze kent geen namen en geen gezichten.
‘s Morgens stapt ze met veel moeite in de bus die haar naar de dagbesteding brengt. In een vreemde wijk waar ze niemand kent, brengt ze de dag door met een groepje gelijkgestemden.
Toen de dementie nog niet haar leven overheerste gaf ze duidelijk te kennen niet naar een verzorgingstehuis te willen gaan. Ze wist hoe het daar was van haar overleden man.
Nu proberen we zolang mogelijk het thuis wonen te ondersteunen.
Als we bij haar op bezoek komen, staat ze in de keuken te drentelen bij het koffiezetapparaat. Ze lacht en mompelt wat, doet een verkeerd kastdeurtje open en verstart.
‘Zal ik even koffie zetten dan kan u de bloemen doen’, red ik haar. Opgelucht pakt ze het boeket aan en legt het op de rollator. Stapje voor stapje in een huis dat haar niet meer past.
Het is niet het beeld wat ík voor ogen heb om ouder te worden.
Daarom blijven we de kar trekken.
Die ouwe knol staat vanzelf op.

Hoe actueel in deze tijd, met de prachtige illustratie van Merel!

In de laatste Schik staat weer onze bijdrage. Merel heeft een prachtige tekening gemaakt, zo uit de losse pols!

Interactie

Mijn lezing in het Autisme Informatie Centrum Oldenzaal was een gezellige avond met een kleine groep en veel interactie. Er werd gereageerd op mijn stukjes die ik voorlas uit mijn boek, en onderling vulde men elkaar aan vanuit hun eigen ervaringen.

Tussen mijn dochter en ik, is de laatste tijd weinig interactie. Ze is verliefd. De interactie die er tussen ons was, is verplaatst naar tussen hem en haar, lijkt het wel.

Bellen doet ze alleen als ze een prangende vraag heeft. Maar de laatste tijd staat de telefoon op non actief. Op de leuke interactie op de familie app reageert ze niet of nauwelijks.

Als ik haar app : ”Hoe is het met je?“ blijft het stil.

 Een paar dagen later krijg ik een bondige reactie:

“Goed”

De begeleiding geeft ook aan dat Merel soms zelfs de deur niet opent voor hen. Ze zijn bezorgd. Is het niet te veel voor haar? Ze is veel bij hem, meer dan is afgesproken. Ze houdt zich niet meer aan de afspraken, zeggen ze. Ze is opstandig en samen met haar vriend vinden ze de afspraken te strak.

Als ik toch maar even op bezoek ga, geven ze aan dat ze zich niet happy voelen met hoe de begeleiding op hen reageert. Ze willen eigenlijk vrij gelaten worden. Ik zeg dat begeleiding het beste met hen voorheeft natuurlijk. Dat begrijpen ze. Dat het fijn is om verliefd te zijn maar dat ze elk hun eigen huis en dingen te doen hebben. Ik zeg dat het tijd is voor een goed gesprek met hun begeleiders. Dat beamen ze.

Dat gesprek hebben ze inmiddels gehad.

Voor mij weer een nadenk moment om te zoeken naar een balans tussen wat zij wil, aankan, grip op willen hebben, los kunnen laten, zorgen hebben en genieten van hun verliefdheid.

Een interactieve gedachte.

Welzijn

De deuren van de appartementen die open zijn voor publiek zijn gemarkeerd met vrolijke ballonnen. We worden welkom geheten in het appartement van haar vriend. Ze staan samen in de deuropening.

Merel wilde dit jaar niet haar appartement openstellen. Dat had ze al vaak genoeg gedaan, vond ze. Nu bij haar vriend, die bij haar in het appartementencomplex woont.

Alles is schoon en helemaal klaar voor het bezoek. We krijgen koffie aangeboden.

We mogen het hele huis zien. En we zijn aangenaam verrast door de gezellige inrichting.

Een vriendin van mij komt ook kijken met haar zoon. Haar zoon wil later ook “op kamers”, zo noemt hij het. Hij wil niet alleen het appartement van de vriend van Merel zien maar ook alle andere. Samen komen we in heel verschillend ingerichte woningen met ieder een eigen sfeer.

 De volgende kijkers dienen zich aan en de aandacht moet verdeeld worden.

Merel legt in haar appartement het weekschema uit aan de zoon van mijn vriendin. Samen genieten we het prachtige moment dat ze daar samen staan. Hij, die in de toekomst ook begeleid wonen gaat, zij die al 7 jaar zo woont. We zijn ontroerd en kijken elkaar aan.

Het is de Dag van de zorg en welzijn.

Nieuwe lente, nieuwe visitekaartjes

Leuk om uit te delen, mijn zelf ontworpen visitekaartjes.

Hoe mooi past dit bij het voorjaarsgevoel!

Zelf word ik er helemaal vrolijk van, jullie ook?

Nóg een droom…een kinderboek…

Joep rende hard. Toen stopte hij en greep naar zijn zij. Hij kreunde en zijn borst ging op en neer. Waar was hij eigenlijk. Hij zag hoge bomen en een groene graskant. Hijgend ging hij zitten in het natte gras. Fijn dat koele gevoel aan zijn blote benen. Joep trok zijn schoenen en sokken uit en kroelde met zijn tenen in de vochtige grassprieten. Hij zuchtte en deed even zijn ogen dicht. ’Ik ga niet meer naar huis terug, ze bekijken het maar’ mompelde Joep.
Opeens fladderde er iets naast hem op de grond. Toen hij keek, zag hij, op een grote kei, een klein vogeltje. Het had bruine, rode en grijze kleuren en een kopje met grote zwarte oogjes. Hij wipte ongeduldig met z’n staartje. Ze keken elkaar aan. De jongen durfde zich niet te bewegen, bang dat hij het beestje zou verjagen.
‘Wie ben jij en wat kom je hier doen?’ vroeg het vogeltje brutaal. Van schrik viel de jongen achterover in het nattige gras. Hij keek met grote ogen naar de vogel en hield zijn adem in. Hij dacht dat vogels alleen konden fluiten.
‘Ik, eh, ben Joep’ zei hij voorzichtig.. ‘Ik ben Roodborst’ zei de vogel.
‘Roodborst?’
‘Ja, heb je mijn rode borst dan niet gezien’ zei de vogel bozig, en wipte met zijn staart.
‘Ik vind het meer oranje’ mompelde Joep zachtjes.
‘ Doet er niet toe’ klonk Roodborst beslist en schudde zijn borst nog meer naar voren.
‘Wie mag jij dan wel zijn?’ Zijn oogjes leken pikzwart tussen de kleine veertjes.
‘Joep’ zei de jongen en keek bedeesd naar de grond.

‘Stomme naam!’

………….Nieuwsgierig hoe het verder gaat? 

Afstand

De Amerikaanse ruimtesonde Voyager 2 heeft na meer dan veertig jaar onafgebroken vliegen ons zonnestelsel verlaten. 

Dat maakte de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA maandag bekend. De ruimtesonde meet al sinds 5 november geen plasmadeeltjes van de zon meer, wat erop wijst dat de Voyager 2 definitief buiten bereik van de zon is

Ik lees het artikel met aandacht door. Het is toch ongelooflijk dat de ruimtesonde zover bij ons vandaan is. Met als doel de ruimte te ontdekken. Eventuele andere levende wezens te attenderen op ons bestaan. Er is een gouden langspeelplaat mee, met muziek, geluiden van de aarde en een beschrijving van de mens. De informatie die tot ons komt is ruim een maand onderweg. Er is een toename van kosmische straling en dat betekent dat ze buiten de invloed is van de zonnewind. De Voyager functioneert nog steeds naar behoren, ondanks de enorme afstand.

Het woord afstand komt binnen bij mij. De stilte maakt dat ik ga denken en ik leg de krant opzij.

In mijn hoofd komt ruimte. In mijn levensreis is er ook ruimte. De tijd en de reis maken de baan in mijn eigen stelsel. Mijn stelsel van mijn gezin. Met Merel. Mijn kind.

 Het is stil de laatste tijd tussen ons. Ik ben bezig metmijn dingen, zij met de hare. Als er een bericht komt , merk ik dat er al veel tijd is tussen het gebeuren en het melden. Af en toe een app, een bericht op Facebook waar een nieuwe liefde aangekondigd wordt. Ik weet niet precies meer wat ze doet, waar ze naar toe gaat of wil.  

 Ze is als een ruimtesonde door mij in de ruimte gezonden. Mijn opvoeding is haar gouden langspeelplaat. Ze moet het er mee doen. De rest leert ze bij op haar lange reis in de tijd. Het zijn haar ontmoetingen. Haar keuzes in richtingen. Haar bezigheden, haar eigen invulling van de feestdagen.

 Als ik een bericht van haar hoor, zit er tijd tussen. Maar het nieuws komt wel over.

 Ik zit in de basis, volg haar en zend af en toe een bericht naar haar en krijg een signaal terug.

Los van mijn zonnewind betekent dat ze reist.

Een ontdekkingsreis in het leven.

Met de wind mee.

Reünie

Het zingt al maanden rond op Facebook. Merel herinnert mij er regelmatig aan.
De reünie van haar school, ZML SO Dr Herderschee en VSO De Brug. Ze bestaan 50 jaar.
‘Mijn oude school’ zegt ze. Maar ook die van mij.
‘Jij hebt daar ook gewerkt hè, ga jij daar ook heen?’ vraagt ze.
We spreken af dat ik haar die dag ophaal. Haar vriendin, die ook voor de reünie is uitgenodigd, gaat met ons mee.
De dames staan klaar als ik met de auto voorrijd. Haar vriendin stapt als eerste in. Ze maakt haar riem vast.
Dan komt Merel eraan.
‘Ga jij voorin’ klinkt het afwijzend.
Haar vriendin draait zich om en vraagt of Merel wil ruilen van plek. Dat gaat Merel te ver. Ze spreken af dat ze op de terugreis wisselen.
Onderweg praten ze over wie er zal zijn op de reünie. Namen en verhalen van klasgenoten komen langs, met voornaam én achternaam. Ook een klasgenoot die is overleden. Een meester die niet meer leeft.
Maar vooral zijn ze benieuwd naar de hapjes. Ze verwachten een groots feest en genieten van hun vooruitzicht. Ik geniet met hen mee.
We gaan eerst naar de Brug, ik loop achter hen aan. Snel zien ze oud klasgenoten en leraren. Ze worden herkend en aangesproken. Ook ik zie oud leerlingen. Tengere kinderen zijn nu volwassenen geworden. Met hun zware stemmen en grote lijven vertellen ze wat ze momenteel doen.
Dan gaan we naar de basisschool Herderschee, buiten op het schoolplein staat een feesttent opgesteld. Merel wil belletje drukken voor de grap. Haar vriendin houdt haar tegen. Ze lopen al snel met een glas drinken en kijken nieuwsgierig om zich heen. Merel blijft staan maar haar vriendin spreekt de mensen aan en trekt letterlijk aan de jassen van oud-directeuren.
Oud collega’s vragen of de dames met mij op stap zijn.
‘Nee, zeg ik, het is andersom, ik ben met hén op stap.
We bekijken oude foto’s die op een tafel liggen, zij weten bijna alle namen nog. Ze willen een rondje doen door de school. We luisteren naar de muziek op het podium. Er zijn oud-leerlingen die muziek maken. Nog aan paar lekkere hapjes en dan willen ze weer naar huis.
Merel haalt ons in als de auto in zicht is. Ik klik de deuren open. Met grote stappen loopt ze snel op de voorportier af.
‘Zóó..’ klinkt het langgerekt en voldaan.

« Oudere berichten

© 2019 Nest met spiegelei

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑