Nest met spiegelei

door Anneke Doornbos

Categorie: Blog (page 1 of 4)

Nieuwe lente, nieuwe visitekaartjes

Leuk om uit te delen, mijn zelf ontworpen visitekaartjes.

Hoe mooi past dit bij het voorjaarsgevoel!

Zelf word ik er helemaal vrolijk van, jullie ook?

Nóg een droom…een kinderboek…

Joep rende hard. Toen stopte hij en greep naar zijn zij. Hij kreunde en zijn borst ging op en neer. Waar was hij eigenlijk. Hij zag hoge bomen en een groene graskant. Hijgend ging hij zitten in het natte gras. Fijn dat koele gevoel aan zijn blote benen. Joep trok zijn schoenen en sokken uit en kroelde met zijn tenen in de vochtige grassprieten. Hij zuchtte en deed even zijn ogen dicht. ’Ik ga niet meer naar huis terug, ze bekijken het maar’ mompelde Joep.
Opeens fladderde er iets naast hem op de grond. Toen hij keek, zag hij, op een grote kei, een klein vogeltje. Het had bruine, rode en grijze kleuren en een kopje met grote zwarte oogjes. Hij wipte ongeduldig met z’n staartje. Ze keken elkaar aan. De jongen durfde zich niet te bewegen, bang dat hij het beestje zou verjagen.
‘Wie ben jij en wat kom je hier doen?’ vroeg het vogeltje brutaal. Van schrik viel de jongen achterover in het nattige gras. Hij keek met grote ogen naar de vogel en hield zijn adem in. Hij dacht dat vogels alleen konden fluiten.
‘Ik, eh, ben Joep’ zei hij voorzichtig.. ‘Ik ben Roodborst’ zei de vogel.
‘Roodborst?’
‘Ja, heb je mijn rode borst dan niet gezien’ zei de vogel bozig, en wipte met zijn staart.
‘Ik vind het meer oranje’ mompelde Joep zachtjes.
‘ Doet er niet toe’ klonk Roodborst beslist en schudde zijn borst nog meer naar voren.
‘Wie mag jij dan wel zijn?’ Zijn oogjes leken pikzwart tussen de kleine veertjes.
‘Joep’ zei de jongen en keek bedeesd naar de grond.

‘Stomme naam!’

………….Nieuwsgierig hoe het verder gaat? 

Afstand

De Amerikaanse ruimtesonde Voyager 2 heeft na meer dan veertig jaar onafgebroken vliegen ons zonnestelsel verlaten. 

Dat maakte de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA maandag bekend. De ruimtesonde meet al sinds 5 november geen plasmadeeltjes van de zon meer, wat erop wijst dat de Voyager 2 definitief buiten bereik van de zon is

Ik lees het artikel met aandacht door. Het is toch ongelooflijk dat de ruimtesonde zover bij ons vandaan is. Met als doel de ruimte te ontdekken. Eventuele andere levende wezens te attenderen op ons bestaan. Er is een gouden langspeelplaat mee, met muziek, geluiden van de aarde en een beschrijving van de mens. De informatie die tot ons komt is ruim een maand onderweg. Er is een toename van kosmische straling en dat betekent dat ze buiten de invloed is van de zonnewind. De Voyager functioneert nog steeds naar behoren, ondanks de enorme afstand.

Het woord afstand komt binnen bij mij. De stilte maakt dat ik ga denken en ik leg de krant opzij.

In mijn hoofd komt ruimte. In mijn levensreis is er ook ruimte. De tijd en de reis maken de baan in mijn eigen stelsel. Mijn stelsel van mijn gezin. Met Merel. Mijn kind.

 Het is stil de laatste tijd tussen ons. Ik ben bezig metmijn dingen, zij met de hare. Als er een bericht komt , merk ik dat er al veel tijd is tussen het gebeuren en het melden. Af en toe een app, een bericht op Facebook waar een nieuwe liefde aangekondigd wordt. Ik weet niet precies meer wat ze doet, waar ze naar toe gaat of wil.  

 Ze is als een ruimtesonde door mij in de ruimte gezonden. Mijn opvoeding is haar gouden langspeelplaat. Ze moet het er mee doen. De rest leert ze bij op haar lange reis in de tijd. Het zijn haar ontmoetingen. Haar keuzes in richtingen. Haar bezigheden, haar eigen invulling van de feestdagen.

 Als ik een bericht van haar hoor, zit er tijd tussen. Maar het nieuws komt wel over.

 Ik zit in de basis, volg haar en zend af en toe een bericht naar haar en krijg een signaal terug.

Los van mijn zonnewind betekent dat ze reist.

Een ontdekkingsreis in het leven.

Met de wind mee.

Reünie

Het zingt al maanden rond op Facebook. Merel herinnert mij er regelmatig aan.
De reünie van haar school, ZML SO Dr Herderschee en VSO De Brug. Ze bestaan 50 jaar.
‘Mijn oude school’ zegt ze. Maar ook die van mij.
‘Jij hebt daar ook gewerkt hè, ga jij daar ook heen?’ vraagt ze.
We spreken af dat ik haar die dag ophaal. Haar vriendin, die ook voor de reünie is uitgenodigd, gaat met ons mee.
De dames staan klaar als ik met de auto voorrijd. Haar vriendin stapt als eerste in. Ze maakt haar riem vast.
Dan komt Merel eraan.
‘Ga jij voorin’ klinkt het afwijzend.
Haar vriendin draait zich om en vraagt of Merel wil ruilen van plek. Dat gaat Merel te ver. Ze spreken af dat ze op de terugreis wisselen.
Onderweg praten ze over wie er zal zijn op de reünie. Namen en verhalen van klasgenoten komen langs, met voornaam én achternaam. Ook een klasgenoot die is overleden. Een meester die niet meer leeft.
Maar vooral zijn ze benieuwd naar de hapjes. Ze verwachten een groots feest en genieten van hun vooruitzicht. Ik geniet met hen mee.
We gaan eerst naar de Brug, ik loop achter hen aan. Snel zien ze oud klasgenoten en leraren. Ze worden herkend en aangesproken. Ook ik zie oud leerlingen. Tengere kinderen zijn nu volwassenen geworden. Met hun zware stemmen en grote lijven vertellen ze wat ze momenteel doen.
Dan gaan we naar de basisschool Herderschee, buiten op het schoolplein staat een feesttent opgesteld. Merel wil belletje drukken voor de grap. Haar vriendin houdt haar tegen. Ze lopen al snel met een glas drinken en kijken nieuwsgierig om zich heen. Merel blijft staan maar haar vriendin spreekt de mensen aan en trekt letterlijk aan de jassen van oud-directeuren.
Oud collega’s vragen of de dames met mij op stap zijn.
‘Nee, zeg ik, het is andersom, ik ben met hén op stap.
We bekijken oude foto’s die op een tafel liggen, zij weten bijna alle namen nog. Ze willen een rondje doen door de school. We luisteren naar de muziek op het podium. Er zijn oud-leerlingen die muziek maken. Nog aan paar lekkere hapjes en dan willen ze weer naar huis.
Merel haalt ons in als de auto in zicht is. Ik klik de deuren open. Met grote stappen loopt ze snel op de voorportier af.
‘Zóó..’ klinkt het langgerekt en voldaan.

Tóch geluisterd

Als ik bij haar op bezoek kom , weet Merel dat er eerst geknuffeld moet worden. We houden het kort.
‘Huh’, klinkt het ongemakkelijk. Ze glimlacht even en loopt direct voor me uit. Een lege koffer ligt in de hal.

Ze is net terug van een vakantie. Een groepsreis voor mensen met een lichte beperking.  De reis ging naar Schotland.
Voordat ze vertrok liet ik haar een kaart zien van Europa en wees aan waar ze naar toe ging. Het reisprogramma namen we nog even samen door. Ik vertelde over typische Schotse dingen, doedelzakken, geruite rokken voor mannen, de vele grote meren met zelfs een monster.

Als laatste gaf ik aan dat ze voor mij géén souvenirtjes hoeft te kopen. Of ze het allemaal meekreeg en begreep, kon ik niet peilen.

Nu loopt ze voor me uit naar haar eetkamertafel. Ik zie verpakte cadeautjes liggen.  Verrast denk ik ‘Och, ze heeft wél wat voor me gekocht’.  Eigenlijk wel blij en nieuwsgierig kijk ik naar de mooi ingepakte presentjes.
‘Heb je tóch wat gekocht, lieverd?’
‘Ja’, zegt ze kort.  Ik zit klaar om de pakjes aan te nemen.

Dan pakt zij het eerste pakje en pakt het langzaam uit.
‘Oorbellen voor mij’ en ze laat de glimmertjes zien.
Dan het tweede pakje.
‘Een steen van de berg’, legt ze uit. Ik zie een prachtige paarse steen, precies haar kleur.
Nóg een pakje wordt uitgepakt in mijn bijzijn. Een sleutelhanger die ze direct aan haar tas knoopt.

Voldaan gaat ze zitten en bekijkt haar souvenirs uit Schotland.
Met lege handen glimlach ik met haar mee.

Afspraak is geen afspraak

Er is een lunchafspraak gepland, het staat al weken in mijn agenda. Zus, moeder, dochterlief en ik, we combineren Moederdag, verjaardagen in één afspraak. Gezellig.
De dag voor die lunchafspraak heb ik een vergadering. Tenminste, dat dacht ik. Met grote letters stond dat al vanaf januari in m’n agenda. Goed voorbereid wil ik aanschuiven maar er is nog niemand. Gelukkig zie ik toch nog een paar collega’s van mijn team.
Fijntjes wijzen mijn collega’s op het feit dat al een tijd geleden per mail is doorgegeven dat de vergadering op de volgende dag is. En laat ik nou net daar die lunchafspraak hebben staan met mijn dames.
Ik baal en de moed zakt me in de schoenen. Boos verwijt ik mezelf dat ik niet beter heb opgelet.
Ik vertel het aan mijn zus die de reservering heeft gedaan. Ik leg uit dat het later moet worden. En misschien ook in een locatie dichter bij mij, dan kan ik eerder zijn met Merel. Geen probleem zegt ze, ik bel Merel wel, hoef je dat ook niet te doen, zegt ze lief.
Een half uur later belt Merel, ik zie dat ze me al een paar keer mobiel gebeld heeft.
‘Waarom moet jij werken?’ Haar stem klinkt verwijtend.
Zonder teveel details leg ik uit dat ik eerst naar een vergadering moet maar daarna kunnen we met elkaar eten.
‘Maar jij zou om half elf bij mij zijn’ ‘Dat heb jezelf gezegd’ Haar woorden prikken.
Ik zeg dat de tijd anders wordt maar ze onderbreekt me: ‘Ook ergens anders?’ Ik beaam het.
‘Ik nam vrij hè, die dag, zegt ze, van mijn werk’ ‘Jij kan ook vrij nemen’
‘Afspraak is afspraak!’, klinkt het beslist door de hoorn.
Ik praat als Brugman en we hangen op. Ik app met zus en moeder dat ik denk dat Merel wel meegaat in de “grote veranderingen”.
Een paar uur later belt ze weer.
‘Ik heb de taxi gebeld, ik ga gewoon naar mijn werk. Ik vind het niet leuk zo. De afspraak is heel anders. Mijn hoofd is vol.’
Ik ben teleurgesteld maar ik vraag haar nog één keer:
‘Wat wil jij nou zelf?’
‘Ik wil gewoon werken’ zegt ze duidelijk. Goed dat je zegt wat jíj wil, geef ik aan.
Ik voel voor het eerst dat ze het echt niet met me eens is, en haar eigen weg gaat.
Kleine meisjes worden groot, app ik later naar zus en moeder.

Gedenken

Op het bankje voor mijn huis, schijnt de laatste zon op mij. De warme gloed geeft een aangenaam gevoel. Insecten zoemen zacht en een hommel scheert brommend voorbij.
Verderop klinken kindergeluiden. Spelend geven ze elkaar aanwijzingen en gaan op in hun spel. Af en toe rijdt er een auto door de straat. Een buurvrouw groet.
De treurbeuk op de hoek van de straat geeft het podium voor een merel die vanaf de hoogste gebogen tak een concert geeft. De melancholieke klanken klinken helder maar bescheiden door de straat. Allerlei variaties rollen schijnbaar achteloos, achterelkaar door de lucht. Van zacht naar harder, trillend naar langgerekt.
Mijn blik gaat naar een vlag verderop. Halfstok hangt hij aan de gevel. Bescheiden beweegt het in de bijna zomerse wind.
De vlag omlijst het moment, het moment van geluk en vrede. Maar met de vreselijke herinneringen van wat is geweest.
De merel zingt voor de slachtoffers van de oorlogen, van vroeger en van nu.
Op mijn bankje ervaar ik de vrede en de vrijheid, buitenspelende kinderen zonder angst. Buren met een goed leven. Kleine stukjes natuur in de tuintjes. Huizen zonder schietgaten.
Met de merel gedenk ik de angst, het verdriet en het gemis.
In de warmte van de zon en hoop voor de toekomst.
4 mei 2018

Gevangen

‘Het is hier nèt een gevangenis!’

En het gemopper galmt verder door in de badkamer.
Ze logeert dit weekend bij ons, wat steeds minder vaak gebeurt nu ze al bijna 7 jaar op zichzelf woont.

Haar begeleider had me gebeld voor haar logeerpartij bij ons.
Ze had een gesprek met Merel gehad over haar internetgedrag. Merel had gezegd dat ze graag naar haar moeder wil omdat ze daar het hele weekend kan internetten.

‘Ga je daarom naar je moeder?’, werd haar gevraagd.
‘Ja’, had Merel zonder blikken of blozen geantwoord.

Haar begeleider heeft het ook over haar contacten op internet. Haar verkering is net uit maar er staan al weer nieuwe mannen in de rij op Facebook die aangeven haar wel leuk te vinden. En misschien zit er een verkering in?
Als Merel op internet is, wordt ze erg dwingend en verwacht ze dat de hele wereld online is. Dan ontpopt ze zich van een vriendelijke jongedame tot een ware stalker.

We hebben besloten met haar begeleider dit weekend er bij ons op toe te zien dat ze niet eindeloos op internet is.
Ik maak met Merel een afspraak wanneer en tot hoe laat ze wil internetten. Verder die dag doen we dingen als samen boodschappen doen, winkelen, pizza eten en televisie kijken.

Maar ‘s avonds begint het bij haar te knagen als ik zeg dat ze haar mobiel en tablet wel beneden kan laten. Merel zegt dat ze gewend is hier altijd op internet te kunnen.
‘Dat was toch afgesproken’, zegt ze met een ferme stem.
Ik zeg dat het beter is voor haar die dingen niet mee naar bed te nemen. Dat is toch veel rustiger. Bovendien doe je dat ook niet in je eigen huis, voeg ik vriendelijk toe.
Ze gaat mopperend naar bed.

Ik ga ook naar mijn slaapkamer en ik hoor nog steeds door de muur haar gemompel.
Dan klopt ze plotseling op mijn slaapkamerdeur.
Ik weet niet hoe snel ik mijn telefoon, waar ik nog even al mijn appjes, Wordfeud en Facebook bekeek, weg leg. Ik verstop het gauw onder mijn kussen.

Daar staat ze in de deuropening. Er schijnt zacht licht op haar gezicht maar haar blik is koppig.
‘Toch snap ik het niet , zegt ze, ‘Ik mocht toch altijd internetten hier, dat was toch de afspraak?’

Ik leg nog een keer uit dat ze dat ook wel gedaan heeft vandaag. En dat ze toch niet de hele tijd met haar telefoon of tablet bezig hoeft te zijn bij ons. Ze is hier toch gezellig op visite en we hebben toch ook leuke dingen gedaan. Ze beaamt het en stil staart ze me aan.

Mijn telefoon brandt onder mijn kussen. Stiekem hoop ik dat het geluid af staat.
Haar blik gaat naar mijn nachtkastje en ze vraagt plotseling:
‘Waar is jouw telefoon dan?’
Mijn adem stokt, ik krijg het warm en weet even niet wat te zeggen.

Ik voel me ook een gevangene, in mijn eigen huis.

Haar stem

Toen ze nog een baby was kon ik niet wachten om haar stem te horen. Ze huilde wel af en toe maar ik was zo nieuwsgierig om te horen hoe haar woordjes klonken.
Daar heb ik lang op moeten wachten. Soms sprak ze heel voorzichtig een woordje na, en dan duurde het weer maanden voor ze dat weer herhaalde.
Vol trots schreef ik de eerste woordjes op in haar album.

Nu, 28 jaar later heeft Merel nóg geen stem. Dat wil zeggen, ze praat wel maar in de politiek heeft ze geen stem.
Vanaf haar achttiende jaar ontvangt Merel stembiljetten. Ze weet niet waar ze toe dienen.
Ik heb haar wel eens mee genomen naar het stemlokaal. Merel zag alleen de honden, buiten vastgebonden, waar ze met een grote boog omheen liep.
Mijn uitleg kwam niet bij haar binnen.

Merel vindt het nog steeds moeilijk haar mening te geven. “Wat wil jezelf?”
“Weet niet”, antwoordt ze steevast.
Toch wordt ze steeds assertiever. Als ik bij haar in huis ben en ik probeer iets te veranderen, laat ze me weten het daar niet mee eens te zijn. Ik zie het aan haar houding maar ze laat ook haar stem horen.
En ik kan niet anders dan luisteren.
Ook haar begeleiders, collega’s en vrienden horen steeds meer wat Merel wil.

Alleen 21 maart luistert er niemand naar haar. Niet in haar gemeente, haar omgeving.
Wat is er eigenlijk voor háár belangrijk in haar dorp?
En met haar zoveel anderen?
Ik vind het nu tijd geworden om te kijken wat de gemeente en de partijen kunnen laten zien. Niet zozeer om het doel te halen dat Merel en anderen inderdaad gaan stemmen maar nog meer om hún stem te laten horen.
Laten zien en horen dat je er bent. Dat doen die politieke partijen binnen haar gemeente.

Dat kan Merel ook, steeds beter.

Uitnodiging workshop Stem jij ook

Brussen

De verjaardagen van beide kinderen zijn weer achter de rug. Een kleine week zijn ze even oud, 27 jaar. Nu is dochterlief weer de oudste en zoonlief een jaartje jonger.
Ze zijn opgegroeid als een soort tweeling. De oudste was te klein en de jongste was fors.
En de oudste bleek niet te groeien vanwege een groeistoornis.
Het was druk, de eerste jaren, ook omdat er van alles met hen aan de hand bleek te zijn. Op heel verschillende vlakken. Twee kinderen vlak op elkaar maar zo verschillend.
Als peuters in de buggy hadden ze hun eigen brabbeltaaltje. Ik kon er niets van bakken. Al snel haalde zoonlief zijn zus in qua taalontwikkeling. En zelfs met zijn motoriek terwijl hij een spieraandoening had. Hij liep eerder dan haar, terwijl hij al heel laat begon met lopen, pas na achttien maanden. Toen ze dat van haar broer zag, viel bij haar het kwartje ook.
Broer en zus waren ongeveer vier en vijf jaar toen ik zag dat hij op een bepaalde manier naar zijn zus keek. Observerend en nadenkend. Het was alsof hij opmerkte dat ze anders was. Anders reageerde, anders speelde, andere geluiden maakte.
Toen broer op een dag vroeg waarom zijn zus naar een speciale school ging met de taxi, moest ik even nadenken hoe ik dat zou uitleggen aan zo’n klein jochie. Maar hij was me voor: “ Ze is een meisje”. Ik beaamde het maar.
Beiden gingen in hun leven hun eigen weg. En nu nog. Zoonlief en dochter hebben regelmatig contact. Hij wil geen zorg- en regeltaken aan gaan voor haar, nog niet. Maar hij speelt wel degelijk een belangrijke rol in haar leven. Als hij zich ergert aan haar gedrag is hij meedogenloos. “Kappen!” of “Stop met dat Disney-Diva gedrag van je”
Zuslief kijkt hem dan verbolgen aan maar luistert wel. Als moeder heb ik nogal de neiging haar gedrag goed te praten maar hij kent geen medelijden. “Ze doet maar gewoon mee”.
Dat er liefde is tussen de twee, staat als een paal boven water. Ooit vroeg ik zoonlief hoe het was om zo’n zus te hebben. Hij noemde op: “Ze is altijd eerlijk en zichzelf, ze manipuleert niet, ze wordt niet jaloers, we zouden nooit ruzie krijgen, ze is zo blij met kleine dingen..” Ze is gewoon mijn zus.
Brussen voor het leven.

« Oudere berichten

© 2019 Nest met spiegelei

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑