Het zingt al maanden rond op Facebook. Merel herinnert mij er regelmatig aan.
De reünie van haar school, ZML SO Dr Herderschee en VSO De Brug. Ze bestaan 50 jaar.
‘Mijn oude school’ zegt ze. Maar ook die van mij.
‘Jij hebt daar ook gewerkt hè, ga jij daar ook heen?’ vraagt ze.
We spreken af dat ik haar die dag ophaal. Haar vriendin, die ook voor de reünie is uitgenodigd, gaat met ons mee.
De dames staan klaar als ik met de auto voorrijd. Haar vriendin stapt als eerste in. Ze maakt haar riem vast.
Dan komt Merel eraan.
‘Ga jij voorin’ klinkt het afwijzend.
Haar vriendin draait zich om en vraagt of Merel wil ruilen van plek. Dat gaat Merel te ver. Ze spreken af dat ze op de terugreis wisselen.
Onderweg praten ze over wie er zal zijn op de reünie. Namen en verhalen van klasgenoten komen langs, met voornaam én achternaam. Ook een klasgenoot die is overleden. Een meester die niet meer leeft.
Maar vooral zijn ze benieuwd naar de hapjes. Ze verwachten een groots feest en genieten van hun vooruitzicht. Ik geniet met hen mee.
We gaan eerst naar de Brug, ik loop achter hen aan. Snel zien ze oud klasgenoten en leraren. Ze worden herkend en aangesproken. Ook ik zie oud leerlingen. Tengere kinderen zijn nu volwassenen geworden. Met hun zware stemmen en grote lijven vertellen ze wat ze momenteel doen.
Dan gaan we naar de basisschool Herderschee, buiten op het schoolplein staat een feesttent opgesteld. Merel wil belletje drukken voor de grap. Haar vriendin houdt haar tegen. Ze lopen al snel met een glas drinken en kijken nieuwsgierig om zich heen. Merel blijft staan maar haar vriendin spreekt de mensen aan en trekt letterlijk aan de jassen van oud-directeuren.
Oud collega’s vragen of de dames met mij op stap zijn.
‘Nee, zeg ik, het is andersom, ik ben met hén op stap.
We bekijken oude foto’s die op een tafel liggen, zij weten bijna alle namen nog. Ze willen een rondje doen door de school. We luisteren naar de muziek op het podium. Er zijn oud-leerlingen die muziek maken. Nog aan paar lekkere hapjes en dan willen ze weer naar huis.
Merel haalt ons in als de auto in zicht is. Ik klik de deuren open. Met grote stappen loopt ze snel op de voorportier af.
‘Zóó..’ klinkt het langgerekt en voldaan.