Geschreven voor en uitgekozen als voordracht tijdens Schrijverscafé Hengelo thema avond ‘Zeer Korte Verhalen’ met schrijver A.L. Snijders.

 

 

vrijdag 3 april 2015

Ik voel me kut. Griep grijpt me als een monster naar de keel. Scherpe messen snijden als ik hoest.  Ik voel de klamme, matte warmte van mijn lijf. De kamer is donker. Toch dringt er een  felle lichtstraal binnen. Een ongewenst teken van de buitenwereld. Opgesloten in mijn eigen lichaam, besef ik dat er meer is. De warme beslotenheid  van de kamer wordt mijn vijand. Ik heb genoeg van de benauwende lucht die om me heen hangt. Ik wil meer. Dwing mezelf dit hol te verlaten. Mijn lichaam wil niet, laat me, schreeuwt het. Ik geef toe en plof terug in het  matras.

Het grote zwarte scherm aan de muur laat ik leven door de afstandsbediening. Schoten klinken te hard door de ruimte. De echo klinkt na in mijn hoofd als een bonzende cadans. Ik zie mensen in doeken gewikkeld,  vertwijfeld en bebloed mijn beknopte wereld binnen kijken. Ik voel een schrijnende schaamte opkomen. Het grote leed komt binnen. De lichtstraal die ik daarnet vervloekt heb,  laat ik nu binnen als een gewenste gast.  De gloed biedt me een ander perspectief. In de verte hoor ik zachte vogelgeluiden. Ik loop naar het raam.

Het is een goede vrijdag.

 

Anneke Doornbos